|
De spelers zetten beurtelings, te beginnen met Zwart.
Een zet bestaat uit twee stappen:
- Een speler kiest een eigen steen en zet deze op een punt bezet door een steen van de tegenspeler. Deze laatste steen wordt van het bord genomen.
- Vervolgens neemt de speler al die witte en zwarte stenen van het bord, die niet via een ortogonale keten van stenen aan de verplaatste steen verbonden zijn (dwz. alle stenen die niet vanuit de verplaatste steen bereikt kunnen worden door als toren in het schaakspel over een keten van stenen te bewegen).
Hieronder ziet U een voorbeeld:
 |
 |
 |
| Zwart kiest de gemarkeerde steen ... |
... en verplaatst deze naar een punt waar een witte steen staat. De witte steen wordt van het bord genomen. |
Vervolgens neemt hij alle stenen weg die niet 'torensgewijs' met de zwarte steen verbonden zijn. |
|